Japan heeft vrijdag de 58-jarige Sunao Takami geëxecuteerd voor het veroorzaken van een dodelijke brand in een speelhal in Osaka.
Bij de brand kwamen in 2009 vijf mensen om het leven. Het is de eerste executie die Japan in ruim een jaar heeft uitgevoerd.
Takami stichtte de brand in een pachinko- en speelhal door benzine te gebruiken. Vier bezoekers en een medewerker kwamen daarbij om het leven. De rechtbank veroordeelde hem in 2011 tot de doodstraf.
De verdediging probeerde tijdens de rechtszaak nog aan te voeren dat Takami ten tijde van de brandstichting psychische problemen had. Een rechtbank met zes rechters verwierp dat verweer en hield vast aan de doodstraf.
De executie werd vrijdag uitgevoerd door ophanging. Daarmee werd na juni 2025 voor het eerst opnieuw een doodvonnis in Japan voltrokken. De vorige executie betrof de zogenoemde ‘Twitter-moordenaar’, die was veroordeeld voor de moord op negen jonge vrouwen.
De zaak van Takami laat opnieuw zien dat Japan vasthoudt aan een straf die in een groot deel van de wereld is afgeschaft. Binnen de G7 zijn Japan en de Verenigde Staten de enige landen waar de doodstraf nog daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Het Japanse systeem kent bovendien een bijzonder gesloten karakter. Ter dood veroordeelden krijgen doorgaans pas kort voor hun executie te horen dat hun straf die dag wordt uitgevoerd. In veel gevallen krijgen gevangenen slechts enkele uren van tevoren bericht.
Daar komt bij dat terdoodveroordeelden vaak jarenlang in afzondering verblijven terwijl zij wachten op de uitvoering van hun vonnis. Mensenrechtenorganisaties hebben daarom al lange tijd kritiek op de psychische belasting van het systeem en het gebrek aan transparantie rond executies.
Tegelijkertijd blijft de doodstraf in Japan relatief breed worden gesteund door de bevolking. De Japanse overheid wijst er regelmatig op dat de straf onderdeel blijft van het strafrecht en dat de uitvoering alleen plaatsvindt na een uitgebreide juridische procedure en zorgvuldige beoordeling.
De executie van Takami is daarnaast de eerste onder de regering van premier Sanae Takaichi. De Japanse minister van Justitie verdedigde het besluit en stelde dat de autoriteiten de zaak zorgvuldig hebben beoordeeld voordat tot de uitvoering werd overgegaan.
Takami zat sinds zijn veroordeling jarenlang in afwachting van zijn executie. Uiteindelijk kwam daarmee, zeventien jaar na de brand in Osaka, een einde aan zijn zaak.

