In Rozenburg is gisteravond een 30-jarige man om het leven gekomen nadat de politie hem in een woning op de vierde etage van een flat heeft neergeschoten.
De agenten waren naar het adres gestuurd op verzoek van de crisisdienst van de GGZ, die had aangegeven dat hulp dringend noodzakelijk was.
Het Openbaar Ministerie bevestigt dat de politie bij aankomst werd geconfronteerd met een man die een mes vast had, waarna de situatie escaleerde en er is geschoten. De man overleed ter plekke aan zijn verwondingen.
De crisisdienst schakelt de politie in wanneer een psychische noodsituatie zo ernstig of onvoorspelbaar wordt dat agenten menselijke en fysieke veiligheid moeten waarborgen. Dat gebeurt regelmatig bij meldingen waarbij sprake is van agressie, gevaar voor de betrokkene zelf of voor anderen. Hoewel bekend is dat de crisisdienst de agenten naar de woning heeft gestuurd, is nog niet duidelijk wat voorafging aan het moment waarop de politie binnenkwam en hoe de situatie zo snel uit de hand kon lopen.
Zoals gebruikelijk bij incidenten waarbij een agent schiet en iemand overlijdt, onderzoekt de Rijksrecherche de toedracht. Dat onderzoek richt zich onder meer op het handelen van de betrokken agenten, de omstandigheden in de flatwoning en de vraag of de inzet van geweld proportioneel was. De flat in Rozenburg, een dorp binnen het Rotterdamse havengebied, werd na het incident afgezet voor forensisch onderzoek.
Over de achtergrond van de man en de directe aanleiding voor de oproep door de crisisdienst is voorlopig geen informatie vrijgegeven. Het OM verwacht op een later moment meer duidelijkheid te kunnen geven zodra het onderzoek van de Rijksrecherche vordert.

