Een 67-jarige Oekraïense man liep tegen de Franse douane aan nadat hij met €201.085 aan contant geld in zijn rugzak met een Flixbus vanuit Nederland richting Parijs reisde.
De man werd in Lille gecontroleerd en kon volgens de aanklager geen geloofwaardige verklaring geven voor het enorme geldbedrag.
De controle vond op 12 juli plaats in Lille, net over de Belgische grens. Franse douaniers controleerden daar de Flixbus waarin de man vanuit Nederland naar Parijs reisde. In zijn rugzak vonden zij stapels bankbiljetten in verschillende coupures: van €5 tot €100.
Volgens de Franse douane verklaarde de man aanvankelijk dat hij helemaal geen contant geld bij zich had. De verdachte, Petro Harbatjoek, gaf later een andere lezing. Hij stelde dat hij het bedrag van €201.085 juist wilde aangeven, maar dat de douaniers hem zouden hebben verteld dat hij daarmee te laat was.
De man woont sinds 2023 in Duitsland. Tijdens het onderzoek kwam hij met verschillende verklaringen over de herkomst en bestemming van het geld. Zo verklaarde hij dat hij het contante geld voor iemand bewaarde die op vakantie was en in Nederland geen hotelkamer meer had. Daarnaast vertelde hij dat hij naar Frankrijk reisde om landgenoten te bezoeken en hun Oekraïense medicijnen te brengen.
De douaniers vonden daarnaast een koopakte van een appartement in Oekraïne die drie jaar eerder was opgesteld. Ook had de man twee telefoons, zeven bankpassen en een dagboek bij zich waarin meerdere reizen naar Frankrijk stonden genoteerd.
Een drugshond onderzocht de bagage, maar trof geen drugs aan. De verdenking tegen de man draaide om het niet aangeven van een groot contant geldbedrag en witwassen.
Binnen de Europese Unie gelden regels voor het grensoverschrijdend vervoeren van grote hoeveelheden contant geld. Bedragen van €10.000 of meer moeten onder bepaalde omstandigheden worden aangegeven bij de autoriteiten. Die regels zijn bedoeld om het vrije verkeer van contant geld te combineren met de aanpak van witwassen en andere vormen van financiële criminaliteit.
De Franse aanklager vond de verklaringen van Harbatjoek ongeloofwaardig en eiste drie jaar gevangenisstraf. Daarnaast werd een inreisverbod van vijf jaar en een boete van €100.142 geëist.
Zijn advocaat verwees tijdens de procedure onder meer naar de oorlogssituatie in Oekraïne. De rechtbank ging uiteindelijk niet volledig mee in de eis van justitie, maar veroordeelde de man wel tot twee jaar gevangenisstraf.
De zaak betekent niet dat het volledige bedrag van €201.085 daarmee definitief als crimineel vermogen is aangemerkt. Wel is de man veroordeeld voor de strafbare feiten waarvoor hij terechtstond.

