Het Openbaar Ministerie (OM) meldt dat er geen aanwijzingen zijn gevonden dat crimineel Anouar B. zijn verklaringen over Ridouan Taghi onder dwang en/of marteling zou hebben afgelegd.

B. werd op 21 en 22 maart 2018 in Marokko verhoord in het bijzijn van twee rechercheurs uit Nederland. In het verhoor wordt Taghi aangewezen als opdrachtgever voor de moord op Martin Kok van Vlinderscrime. Daarnaast wees B. ook de vermeende schutter, Achraf B., aan. Hij zit vast in Nederland op verdenking van het uitvoeren van de moord op Kok.

Inez Weski en haar zoon Guy Weski, die als advocaat Achraf B. bijstaat, zeggen dat Anouar B., die zelf ook verdacht wordt van betrokkenheid bij de liquidatie van Martin Kok, zijn verklaringen onder druk heeft afgelegd en dat deze dus onbetrouwbaar zijn. Het bewijs hiervoor zijn volgens de advocaten twee brieven die Anouar B. verstuurd zou hebben. Zelf zit hij vast in Marokko voor betrokkenheid bij de liquidatie in café La Creme in Marrakech.

Volgens justitie hebben de twee Nederlandse rechercheurs geen verwondingen gezien toen Anouar B. werd verhoord door agenten in Marokko. Er zou wel druk zijn uitgeoefend maar dat was niet onaanvaardbaar. Er zijn volgens het OM en de rechercheurs geen aanwijzingen dat B. niet uit vrije wil heeft verklaard.

Martin Kok van Vlinderscrime werd op donderdagavond 8 december 2016 geliquideerd toen hij net weg wilde rijden bij een seksclub in Laren. De schutter wachtte hem op in de bosjes en schoot hem ter plekke dood. De uitbater van Vlinderscrime was al eerder doelwit van aanslagen.