Het Openbaar Ministerie heeft 25 jaar cel geëist tegen een 21-jarige man uit Maarssen, die verdacht wordt van betrokkenheid bij een dodelijke roofoverval in Vinkeveen waarbij Lorenzo Schaasberg om het leven kwam.
De overval vond plaats op 4 december 2023, toen het slachtoffer in de parkeergarage onder zijn woning werd opgewacht, neergestoken en beroofd. De man overleed kort daarna aan zijn verwondingen. De daders hadden het voorzien op zijn dure horloge, maar kwamen uiteindelijk alleen in het bezit van een sporttas.
Twee andere mannen, een 21-jarige uit Almere en een 24-jarige uit Rotterdam, worden eveneens verdacht van een grote rol in de gewelddadige overval. De verdachte uit Almere zou volgens het OM de dader hebben vervoerd en hem van het mes hebben voorzien. Tegen hem is twaalf jaar cel geëist. De man uit Rotterdam wordt aangemerkt als de opdrachtgever: hij zou via Snapchat uitvoerders hebben gezocht en hen van informatie hebben voorzien. Tegen hem eist het OM veertien jaar gevangenisstraf.
Uit het dossier blijkt dat het bewijs tegen de drie verdachten omvangrijk is. Er zijn onder meer chatgesprekken tussen de verdachten gevonden, en op videobeelden van de vluchtauto zijn zij herkend. De locatiegegevens van hun telefoons bevestigen hun aanwezigheid op de plaats van het delict. Daarnaast is het mes waarmee de dodelijke steek werd toegebracht teruggevonden. Hierop is DNA aangetroffen van zowel het slachtoffer als de hoofdverdachte. Uit onderzoek blijkt dat de man met kracht in de borst is gestoken met een mes van negentien centimeter lang, waarbij de steekwond zeventien centimeter diep was.
Hoewel twee van de drie verdachten deels hebben bekend, gaat het volgens het OM slechts om het bevestigen van feiten die al uit het dossier naar voren kwamen. De verdachte uit Almere, die wordt aangemerkt als de chauffeur, heeft de verdenkingen ontkend of erover gezwegen. Toch stelt het OM dat ook tegen hem voldoende wettig en overtuigend bewijs ligt, waaronder DNA van het slachtoffer in zijn auto.
De gevolgen van de brute overval zijn volgens justitie “afschuwelijk”. Het slachtoffer laat veel familie en vrienden achter, die moeten leven met een immens verlies. De zaak heeft in de samenleving geleid tot gevoelens van angst en onveiligheid. “Het besef dat mensen in ons land bereid zijn dodelijk geweld te gebruiken om iets waardevols af te pakken van een ander, is schokkend,” aldus de officier van justitie. “Op onverhoedse en laffe wijze is hij in zijn eigen vertrouwde omgeving opgewacht en neergestoken. Achtergelaten in een koude parkeergarage, zonder dat de daders zich ook maar een moment om hem bekommerd hebben.”
Bij het bepalen van de strafeisen houdt het Openbaar Ministerie rekening met de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachten. Strafverzwarend weegt mee dat geen van de drie verdachten blijk geeft van spijt of berouw. De verdachte uit Maarssen springt er volgens het OM in negatieve zin uit. Kort nadat hij hoorde dat het slachtoffer was overleden, ging hij al op zoek naar nieuwe ‘hete jobs’. Bovendien heeft hij een aanzienlijk strafblad en wordt hij ook nog verdacht van inbraak, vuurwapenbezit en een gewelddadige woningoverval op familieleden.
De verdachte weigert mee te werken aan psychologisch onderzoek. “Uit alles blijkt een houding van kille berekening, zonder enig inzicht of medeleven,” aldus het OM. “Er is een reële vrees dat hij opnieuw hetzelfde zal doen.” Daarom eist het OM de maximale onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 25 jaar om de samenleving zo lang mogelijk tegen hem te beschermen.
Tegen de medeverdachten worden eveneens zware straffen geëist: twaalf jaar cel tegen de man uit Almere voor medeplegen van diefstal met geweld met dodelijke afloop, en veertien jaar tegen de Rotterdammer voor het medeplegen van uitlokking van diefstal met geweld, met de dood tot gevolg, en deelname aan een criminele organisatie.
Wanneer de rechtbank uitspraak doet in de zaak is nog niet bekend.

