Tegen een 25-jarige man uit Rotterdam is maandag 26 mei een gevangenisstraf van 30 maanden geëist vanwege zijn betrokkenheid bij zes gevallen van oplichting, pogingen daartoe en witwassen.
Het Openbaar Ministerie (OM) acht bewezen dat de verdachte zich in september en oktober vorig jaar op verschillende locaties in Nederland schuldig maakte aan het medeplegen van deze misdrijven. De man deed zich daarbij telefonisch voor als politieagent.
De werkwijze van de verdachte was geraffineerd. Hij belde veelal hoogbejaarde slachtoffers op en vertelde hen een verzonnen verhaal over een aanhouding in de buurt. Daarbij beweerde hij dat het adres van het slachtoffer op een potentiële lijst van inbraakslachtoffers stond. Om hun waardevolle bezittingen zogenaamd veilig te stellen, zou een collega-agent langskomen om geld en sieraden op te halen. Door angst en druk uit te oefenen wist de verdachte het vertrouwen van de slachtoffers te winnen en hen ertoe te bewegen hun meest kostbare eigendommen af te staan.
Naar aanleiding van meerdere aangiften startte de politie een onderzoek. Daarbij kwam een veelgebruikt telefoontoestel in beeld. Uit een telefoontap bleek dat met dit toestel meerdere oplichtingsgesprekken werden gevoerd volgens steeds hetzelfde script. Het toestel straalde herhaaldelijk aan bij de woning van de verdachte, en uit observaties bleek dat deze signalen samenvielen met zijn thuiskomst.
Een huiszoeking leverde verder bewijs op. Op twee telefoons van de verdachte werden zoekopdrachten en notities aangetroffen die rechtstreeks te koppelen zijn aan de oplichtingszaken. Daarnaast trof de politie dure merkkleding aan ter waarde van bijna 9.000 euro, zonder dat de verdachte over een aantoonbaar legaal inkomen beschikt. Dit leidde tot een aanvullende verdenking van witwassen.
De officier van justitie sprak tijdens de zitting over de ernstige impact van deze vorm van oplichting: “De slachtoffers zijn thuis, in hun eigen vertrouwde omgeving, als ze gebeld worden door iemand die zich voordoet als politie. Met geduld, vriendelijkheid en het aanjagen van angst worden zij overtuigd hun dierbaarste bezittingen af te staan. Vaak gaat het om erfstukken van overleden familieleden.”
Het OM benadrukte dat deze praktijken het vertrouwen van burgers in de echte politie ernstig aantasten en de politie ook in haar werk belemmeren. In crisissituaties durven mensen soms geen gehoor meer te geven aan instructies van echte agenten, uit angst opnieuw slachtoffer te worden.
Hoewel de verdachte eerder geen verklaring aflegde, stelde hij tijdens de zitting slechts zijdelings betrokken te zijn geweest. De officier van justitie acht die verklaring ongeloofwaardig op basis van het dossier. Alles afwegende eist het OM een celstraf van 30 maanden, waarbij ook rekening wordt gehouden met eerdere pogingen tot oplichting, witwassen en de recidive.
De zaak onderstreept het groeiende probleem van oplichting door nepagenten en nepbankmedewerkers. Deze vorm van criminaliteit wordt met grote zorgvuldigheid uitgevoerd en blijft, ondanks voorlichtingscampagnes, slachtoffers maken.

