Een ogenschijnlijk bedorven lading tamarindepulp heeft in de Rotterdamse haven geleid tot de ontdekking van vermoedelijk cocaïne in een koelcontainer uit de Dominicaanse Republiek.
De container was onderweg naar Spanje, maar trok tijdens een controle direct de aandacht door de opvallende staat van de lading.
Volgens de douane was op de documenten aangegeven dat het ging om bevroren fruitpulp. Ook de verpakkingen vermeldden dat de tamarinde gekoeld moest blijven. Toch bleek de container tijdens het transport op ongeveer 12 graden te zijn vervoerd, waardoor de volledige inhoud bij aankomst zwaar beschimmeld was geraakt.
Tijdens de inspectie werden verspreid door meerdere dozen verdovende middelen aangetroffen. Door de slechte staat van de lading en mogelijke gezondheidsrisico’s konden onderzoekers de drugs niet volledig veiligstellen of exact wegen.
De situatie werd zo ernstig dat meerdere douanemedewerkers onwel werden tijdens de controle van de container. Uiteindelijk is besloten de complete lading te vernietigen om verdere risico’s te voorkomen.
De zaak wordt onderzocht door het Rotterdamse HARC-team, het samenwerkingsverband van douane, FIOD, zeehavenpolitie en Openbaar Ministerie dat zich richt op drugssmokkel via de haven.
De Rotterdamse haven geldt al jaren als een belangrijke toegangspoort voor cocaïnetransporten vanuit Latijns-Amerika naar Europa.

