OM: liquidatie Vincent Jalink gepland via moordchats na conflict over €2 miljoen van Urker visser

De moord op Vincent Jalink (38) in 2016 is volgens het Openbaar Ministerie het directe gevolg van een financieel conflict van ruim twee miljoen euro, waarbij in versleutelde chats openlijk werd gesproken over het ombrengen van het slachtoffer.


Dat bleek dinsdag bij de rechtbank in Amsterdam, waar tegen vier mannen gevangenisstraffen tot veertien jaar werden geëist.

Jalink werd op vrijdagavond 27 mei 2016 voor zijn woning in Diemen twaalf keer beschoten en overleed korte tijd later aan zijn verwondingen. Zijn negenjarige zoon was getuige van de liquidatie. De schutter werd later aangehouden en in hoger beroep veroordeeld tot 22 jaar gevangenisstraf, maar volgens het OM was hij slechts het uitvoerende onderdeel van een groter plan dat al maanden eerder was voorbereid.

Uit het onderzoek komt naar voren dat Jalink een zakelijk conflict had met een Urker visser, die hem ongeveer twee miljoen euro had toevertrouwd voor een investering. Toen het geld niet werd terugbetaald, wilde de visser zijn investering terugzien. Via een tussenpersoon werd een Amsterdamse crimineel ingeschakeld om het bedrag te incasseren, waarvoor een beloning van 200.000 euro in het vooruitzicht werd gesteld. In eerste instantie zou sprake zijn van druk uitoefenen of ontvoering, maar volgens het OM werd gaandeweg besloten dat Jalink moest verdwijnen.

Die koerswijziging blijkt volgens justitie glashelder uit onderschepte PGP-berichten. In 93 ontsleutelde chats wordt Jalink aangeduid als “Vinnie” en wordt zonder omwegen gesproken over de liquidatie. Zo schrijft een van de verdachten: “Als we vinnie in stukken gaan snijden dan moet je erbij komen superrr gekkkk bro!” In een ander bericht klinkt het: “Bro kunnen we een spoed pikieuwtje doen?” en ook “beter pikieuw en dan slaan we nog een buitje eruit! Wat denk jij?” Met het woord ‘pikieuwtje’, straattaal voor het geluid van een kogel, doelen de verdachten volgens het OM rechtstreeks op de moord.

De chats laten zien dat Jalink langere tijd werd geobserveerd en dat meerdere personen betrokken waren bij het plannen en voorbereiden van de liquidatie. Enkele uren voor de schietpartij werd hij intensief gevolgd. De 36-jarige verdachte zou daarbij een sleutelrol hebben gespeeld door de daders met een auto naar Diemen te brengen, de omgeving te verkennen en het juiste moment van toeslaan te bepalen. Dat hij zich daadwerkelijk bij de plaats delict bevond, blijkt volgens het OM onder meer uit locatiegegevens van zijn enkelband.

Na de moord zou in het berichtenverkeer zijn gesproken over het afdoen van de liquidatie als een ‘misverstandje’, terwijl de afgesproken commissie behouden bleef. Daarmee onderstreept het OM dat de moord niet uit de hand is gelopen, maar het resultaat was van bewuste besluitvorming binnen het criminele netwerk.

Volgens het OM hadden de Urker visser en zijn kennis niet de directe intentie om Jalink te laten doden, maar namen zij wel bewust een groot risico door een gewelddadige incasso-opdracht uit te zetten met een hoge beloning. Zij bleven aandringen op actie en trokken de opdracht nooit in. Dat de incasso uiteindelijk eindigde in een liquidatie, kan hen daarom zwaar worden aangerekend, al is hun rol volgens justitie van minder gewicht dan die van de directe uitvoerders en planners.

Naast de moordzaak speelt ook andere zware criminaliteit. De Urker visser wordt verdacht van betrokkenheid bij een criminele drugsorganisatie en een cocaïnetransport van 261 kilo. Daarnaast zouden meerdere verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan witwassen. Eén van hen wordt ook verdacht van het bezit van een pistoolmitrailleur en 200 patronen, wat volgens het OM laat zien dat geld en geweld structureel hand in hand gingen.

Het OM eist tegen de vermeende initiator van de moord een gevangenisstraf van veertien jaar. Tegen de verdachte die de liquidatie logistiek mogelijk zou hebben gemaakt is twaalf jaar geëist. De Urker visser en zijn kennis horen straffen van respectievelijk drie jaar en drie jaar en twee maanden tegen zich eisen. De rechtbank doet op 11 juni 2026 uitspraak.

Volg ons op:

WhatsApp Instagram Snapchat X