Het Openbaar Ministerie in Noord-Holland gaat een politieagent niet strafrechtelijk vervolgen voor het dodelijke schietincident dat zich op 21 mei 2025 voordeed in een woning in Hoofddorp.
Na uitgebreid onderzoek door de Rijksrecherche concludeert het OM dat de agent rechtmatig heeft gehandeld om acuut levensgevaar te stoppen.
Het incident begon in de vroege ochtend met een alarmerende melding bij de meldkamer. Een man belde vanuit een woning in Hoofddorp en gaf aan dat hij zich had moeten verstoppen nadat een vriend een andere aanwezige met een mes had aangevallen. Tijdens het gesprek werd duidelijk dat er sprake was van ernstig en direct gevaar, met veel bloed in de woning. De melding werd daarop opgeschaald naar de hoogste urgentie.
Vier agenten gingen direct naar het adres. Bij aankomst kwam een zichtbaar geëmotioneerde man de woning uit, die aangaf dat het geweld zich boven afspeelde. De agenten betraden vervolgens het huis en begaven zich via een smalle trap naar de bovenverdieping.
Boven troffen zij een chaotische en levensbedreigende situatie aan. Op de overloop lag een man op de grond, terwijl een andere man bovenop hem zat met een mes in de hand. Die persoon droeg bebloede kleding en bleef stekende bewegingen maken. Toen de politie zich kenbaar maakte, richtte de aanvaller zich op de agenten en liep met het mes op hen af. Hij riep daarbij religieuze leuzen.
Een poging om de man met een stroomstootwapen uit te schakelen had geen effect. In de beperkte ruimte raakten de agenten uit balans en vielen zij van de trap het halletje in. Tijdens die val bleef de man aanvallen en verwondde hij één van de agenten in het gezicht met het mes. Ook daarna stopte het geweld niet en werden twee andere agenten in het nauw gedreven, zonder mogelijkheid om weg te komen.
In die situatie besloot één van de agenten zijn dienstwapen te gebruiken. Er werden twee gerichte schoten gelost, waarna de aanvaller ter plekke overleed aan zijn verwondingen.
De Rijksrecherche onderzocht het incident uitvoerig. Daarbij zijn onder meer bodycambeelden bekeken, forensisch en ballistisch onderzoek verricht en verklaringen van betrokkenen geanalyseerd. Uit dat onderzoek blijkt dat de agenten vrijwel direct na binnentreden werden geconfronteerd met een onafgebroken en extreme aanval. Het hele incident speelde zich af in minder dan dertig seconden, in een slecht verlichte en doodlopende ruimte, zonder realistische alternatieven om het gevaar op een andere manier te stoppen.
Volgens het OM mag van politieagenten worden verwacht dat zij ingrijpen bij direct levensgevaar. De wet en de Ambtsinstructie staan het gebruik van een vuurwapen toe wanneer dat noodzakelijk is om ernstig letsel of de dood van personen te voorkomen. In deze situatie was het fysiek overmeesteren van de aanvaller geen optie en waren minder ingrijpende middelen niet effectief of beschikbaar.
Het OM komt daarom tot de conclusie dat het schietincident gerechtvaardigd was. Het optreden van de agent wordt aangemerkt als proportioneel, noodzakelijk en in overeenstemming met de geldende regels. Strafrechtelijke vervolging blijft dan ook achterwege.

