In Rijnsaterwoude werd op 11 oktober vorig jaar een woning getroffen door een zware explosie.
De bewoners, die niets met criminaliteit te maken hadden, bleken per ongeluk doelwit te zijn geworden in een uit de hand gelopen conflict rond een gestolen partij cocaïne. Vier verdachten moesten deze week voor de rechter verschijnen voor hun rol in de aanslag.
De aanslag werd gepleegd met een explosief dat kort daarvoor bij een supermarkt was aangeschaft. Daar kochten twee jongens onder meer een fles lampenolie. Dankzij het scherpe oog van een medewerker die hun gedrag verdacht vond en beelden met de politie deelde, kon één van hen worden herkend. Op camerabeelden was te zien hoe hij drie kwartier later samen met een andere verdachte het explosief bij de voordeur van de woning plaatste.
Uit onderzoek bleek dat ook de tweede verdachte kon worden geïdentificeerd via een pintransactie. Hij voerde enkele dagen later telefoongesprekken waarin hij sprak over “pap ophalen” en verwees naar de “plek waar wij die appeltje hebben laten afgaan bij de deur” – een bekende criminele codenaam voor een granaat of explosief. Zo wist de politie uiteindelijk vier uitvoerders en een zogenoemde ‘broker’, een tussenpersoon die de opdracht gaf, op te sporen.
Volgens het Openbaar Ministerie hadden de daders geen flauw benul van de werkelijke achtergrond van hun actie. De aanleiding was de diefstal van een partij van 1.400 kilo cocaïne in het criminele circuit, waarvan een deel lag opgeslagen in een loods van een Alphense ondernemer. Toen ook díe partij werd gestolen, zochten criminelen vergelding in de familiekring van de ondernemer. De woning in Rijnsaterwoude bleek die van familieleden te zijn, die van niets wisten. Eerder op de dag was geprobeerd een explosief bij een ander familielid af te leveren, maar omdat die thuis was, reden de uitvoerders door naar het volgende adres.
De officier van justitie benadrukte tijdens de zitting hoe achteloos het geweld wordt ingezet: “Iedereen kan slachtoffer worden van dit buitenproportioneel geweld.” Zowel de daders als de slachtoffers waren zich volgens het OM totaal niet bewust van de ernst of achtergrond van de situatie.
Het OM eiste tegen de vermoedelijke tussenpersoon, een 24-jarige man uit Amsterdam, 42 maanden gevangenisstraf. Tegen de 20-jarige Amsterdammer die leiding gaf aan de actie werd 30 maanden geëist, waarvan 6 voorwaardelijk. De man die het explosief bij de deur legde hoorde 36 maanden eisen. De minderjarige uitvoerder met wie hij samen handelde, wordt later voor de kinderrechter gebracht.
Een 24-jarige man uit Den Haag, die de chauffeur was tijdens de actie, wordt door het OM niet als medepleger gezien, maar als medeplichtige. Hij hoorde 307 dagen cel tegen zich eisen, waarvan 180 voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur. De rechtbank doet over twee weken uitspraak.

