De voormalige president van Honduras, Juan Orlando Hernández, is in de Verenigde Staten veroordeeld wegens samenzwering met drugshandelaren en het faciliteren van het ongehinderd transport van tonnen cocaïne naar de VS door inzet van politie en leger.
Hernández, die van 2014 tot 2022 president was, riskeert een gevangenisstraf van 40 jaar tot levenslang. De straf wordt in juni bepaald.
De beschuldigingen tegen Hernández gaan terug tot 2004, waarbij de oud-president wordt verdacht van het aannemen van steekpenningen en het gebruik van drugsgeld om verkiezingsuitslagen te beïnvloeden. Hij ontkent alle aanklachten en beweert een beleid tegen drugshandelaren te hebben gevoerd tijdens zijn presidentschap.
Een opvallend element in de zaak is het beweerde partnerschap tussen Hernández en de beruchte Mexicaanse drugsbaas Joaquín “El Chapo” Guzmán. Hernández wordt ervan beschuldigd te hebben samengewerkt met El Chapo, wat de ernst van de beschuldigingen verder onderstreept. El Chapo, ooit het hoofd van het Sinaloa-kartel, staat bekend als een van de meest beruchte drugsbaronnen ter wereld.
El Chapo en zijn Criminele Heerschappij
Joaquín Guzmán, bijgenaamd El Chapo vanwege zijn kleine gestalte, was een meesterbrein achter een uitgebreid crimineel netwerk dat verantwoordelijk was voor grootschalige drugssmokkel van Mexico naar de VS. Zijn kartel, het Sinaloa-kartel, was berucht om zijn gewelddadige methoden en infiltratie van de drugshandel op wereldschaal.
El Chapo ontsnapte tweemaal uit zwaarbewaakte gevangenissen in Mexico, wat zijn mythe van ongrijpbaarheid versterkte. In 2016 werd hij uiteindelijk uitgeleverd aan de Verenigde Staten, waar hij werd berecht en veroordeeld voor diverse misdrijven, waaronder drugshandel, witwassen en betrokkenheid bij criminele organisaties. Hij zit momenteel een levenslange gevangenisstraf uit in de VS.

