De rechtbank heeft tot 13 jaar cel opgelegd voor grootschalige smokkel blokken cocaïne via de Antwerpse haven. De straf is veel hoger dan de zes jaar die justitie had geëist.

In totaal gaat het volgens justitie om ongeveer 5.000 kilo cocaïne uit Zuid-Amerika met bestemming Nederland, verspreid over vier transporten in de zomer, het najaar en de winter van 2015. Volgens het OM zijn tussen begin en half juli 2015 een partij van 3150 en een van 628 kilo cocaïne ingevoerd. In september 2015 is een poging tot het invoeren van 76 kilo cocaïne mislukt. De cocaïne zat onderin een container verstopt onder, volgens verdachten, ‘waardeloze meubels’ uit Colombia met bestemming een loods in Hoofddorp. De Colombiaanse autoriteiten wisten de container met drugs te onderscheppen. Op 20 en 21 december dat jaar vond de invoer plaats van zo’n 1.000 kilo cocaïne in Raamsdonkveer.

De mannen van 50 en 58 jaar hielden elkaar voortdurend van alles op de hoogte. De jongste onderhield contacten met de opdrachtgevers en stroomlijnde de ontvangst van de ladingen. De man uit Hillegom regelde alles wat vanuit kantoor geregeld kan worden, zoals kopers voor de ladingen, contacten met transporteurs, het zoeken van loodsen en bedrijfsruimten en de betalingen van facturen. Deze verdachten krijgen met de opdrachtgever uit Antwerpen (13 jaar) de zwaarste celstraf. De celstraf van de opdrachtgever uit Bilthoven (4 jaar) is beperkter omdat in zijn ladingen geen cocaïne werd aangetroffen, aldus een woordvoerder van de rechtbank.

Een 27-jarige man uit Antwerpen krijgt 4,5 jaar cel voor zijn rol als handlanger van zijn stadsgenoot. De 59-jarige man krijgt een celstraf van 822 dagen, waarvan 730 dagen voorwaardelijk. Hij heeft zijn onvoorwaardelijke deel inmiddels uitgezeten in voorarrest en hoeft dus niet terug de cel in. Deze verdachte werd aangestuurd door de opdrachtgevers. Een 48-jarige man uit Duitsland krijgt de maximale taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van 4 maanden voor zijn beperkte aandeel in het geheel.

Justitie had een veel lagere celstraf van zes jaar geëist tegen de hoofverdachten. De rechtbank vindt dit onbegrijpelijk. De geëiste straffen staan volgens de rechtbank in geen verhouding tot de ernst van de delicten en de rol van de verdachten daarin. Er is door de officier van justitie ook op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt hoe tot de strafeisen is gekomen. De rechtbank vindt dat de verdachten fors zwaardere straffen verdienen.