De rechtbank heeft een 23-jarige man uit Rotterdam veroordeeld voor het vervoeren van een grote hoeveelheid lachgas.
De verdachte krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en moet daarnaast de maximale taakstraf van 240 uur uitvoeren.
De zaak kwam aan het licht eind december 2024, toen de man met zijn bestelbus werd gecontroleerd. Agenten zagen dat het voertuig aan de achterkant opvallend ver was doorgezakt, wat duidde op overbelasting. Bij nader onderzoek bleek de bus gevuld met in totaal 712 kilo lachgas.
De verdediging probeerde het bewijs onderuit te halen door te stellen dat de politie niet bevoegd was om de laadruimte te openen. De rechtbank ging daar niet in mee. Volgens de rechters mochten de agenten op basis van de Wet economische delicten de bestelbus en de inhoud controleren. Van onrechtmatig handelen was volgens de rechtbank geen sprake.
Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Zo is hij recent gestart met een studie en heeft hij in een andere zaak al een gevangenisstraf uitgezeten. Om die reden werd geen onvoorwaardelijke celstraf opgelegd, maar bleef het bij een voorwaardelijke straf met een proeftijd van drie jaar.
Wel moet de man alsnog een eerdere taakstraf van veertig uur uitvoeren, omdat hij zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden die hem in een eerdere zaak waren opgelegd.

