Het Openbaar Ministerie eist gevangenisstraffen van vijf jaar en twee jaar (waarvan acht maanden voorwaardelijk) tegen twee verdachten die een leidende rol zouden hebben gespeeld in een georganiseerde oplichtingspraktijk gericht op ouderen.
Volgens het OM deden de verdachten zich voor als politieagenten om ouderen te overtuigen hun geld en sieraden niet veilig te laten zijn, waarna zij systematisch werden beroofd.
Het onderzoek wijst uit dat de verdachten een netwerk van nepagenten en chauffeurs aanstuurden om kostbare spullen bij de slachtoffers thuis te halen.
Een 27-jarige man uit Amsterdam had de leiding over het netwerk, bepaalde in welke regio’s werd gewerkt en coördineerde de acties. Zijn 23-jarige partner voerde ondersteunende taken uit, waaronder het selecteren van slachtoffers en telefonisch contact leggen via standaard belscripts.
Volgens de officieren van justitie maakte de werkwijze diepe indruk vanwege de berekende en lafhartige manier waarop ouderen werden misleid. Veel slachtoffers, voornamelijk boven de zeventig, werden door de fraude angstig en wantrouwend; sommigen durven sindsdien hun deur niet meer zomaar open te doen. Het OM noemt dit niet zomaar een babbeltruc, maar een vorm van georganiseerde criminaliteit die ernstige maatschappelijke gevolgen heeft.
Dagelijks komen er bij de politie tientallen meldingen binnen van ouderen die met deze methode te maken hebben gehad. Het OM benadrukt dat dit slechts een deel is van de werkelijke omvang, omdat veel slachtoffers geen aangifte doen.
De vervolging van de verdachten moet volgens het OM een duidelijk signaal afgeven dat deze vorm van misbruik streng wordt aangepakt.

