Op de luchthaven van Neurenberg is een koffer met 16,5 kilo cocaïne onderschept, een vangst die door de Duitse douane wordt bestempeld als de grootste in twintig jaar op deze luchthaven.
De zaak kreeg een opvallende wending doordat de eigenaar van de koffer deze zelf achterliet en later probeerde na te laten sturen.
De drugs werden ontdekt nadat medewerkers van de bagageafhandeling een onbeheerde koffer op de band aantroffen. Bij een röntgencontrole ontstond direct argwaan, waarna de koffer werd geopend. Binnenin bleken meerdere samengeperste pakketten cocaïne te zitten, professioneel verpakt voor transport.
Uit onderzoek naar de passagiersgegevens kwam een 72-jarige Spanjaard in beeld als eigenaar van de bagage. De koffer was ingecheckt op een vlucht vanuit Guayaquil in Ecuador, een stad die internationaal bekendstaat als belangrijk knooppunt in de export van cocaïne vanuit Zuid-Amerika naar Europa. Opvallend was dat de man na aankomst in Neurenberg zonder bagage vertrok en pas een dag later contact opnam met de luchtvaartmaatschappij met het verzoek de koffer alsnog naar hem door te sturen in Barcelona.
Juist dat verzoek leidde tot zijn arrestatie. Op 9 december werd de man in Barcelona opgepakt nadat de Duitse autoriteiten hun Spaanse collega’s hadden ingeschakeld. Volgens opsporingsdiensten wordt deze werkwijze vaker gezien in de drugshandel, waarbij smokkelaars proberen afstand te creëren tussen zichzelf en de drugs om ontdekking te bemoeilijken.
De autoriteiten onderzoeken de zaak verder en kijken onder meer naar de smokkelroute en mogelijke betrokkenheid van andere personen. De vondst onderstreept opnieuw de rol van Europese luchthavens als toegangspoort voor cocaïne uit Zuid-Amerika, waarbij criminelen steeds creatievere methoden gebruiken om controles te omzeilen.

