Twee mannen zijn door de Haagse rechtbank zwaar gestraft voor hun betrokkenheid bij een brute intimidatiezaak die zijn oorsprong vond in een drugsconflict.
De rechters spreken van een extreem bedreigende situatie waarbij het slachtoffer doelbewust angst is aangejaagd om verdwenen cocaïne terug te krijgen.
De ernstigste rol was weggelegd voor een 33-jarige verdachte. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar en zes maanden. Een 40-jarige medeverdachte kreeg een celstraf van twee jaar, maar moet daarnaast ook een eerder voorwaardelijk opgelegde straf alsnog volledig uitzitten.
De zaak kwam voort uit de verdwijning van meerdere blokken cocaïne die waren opgeslagen in een loods. Het slachtoffer, werkzaam bij het betrokken bedrijf, werd gezien als aanspreekpunt en doelwit. Op een dag werd hij onder druk gezet om zich te legitimeren en vrijwel direct daarna telefonisch gedirigeerd naar een afgelegen locatie.
Daar werd hij geconfronteerd met twee mannen die hem fysiek en verbaal intimideerden. Eén van hen bracht een vuurwapen in zijn mond, terwijl de ander duidelijk maakte dat dit slechts een waarschuwing was. De boodschap was ondubbelzinnig: de drugs moesten worden terugbezorgd. De dreiging werd verder opgevoerd doordat ook expliciet naar gezinsleden van het slachtoffer werd verwezen. In de uren daarna bleef de man berichten ontvangen waarin zijn leven werd bedreigd.
Volgens de rechtbank staat vast dat de verdachten verantwoordelijk zijn voor deze actie. Camerabeelden, telecomgegevens en herkenningen door politieagenten ondersteunen het relaas van het slachtoffer. De rechters benadrukken dat de bedreiging niet op zichzelf stond, maar past binnen de harde realiteit van georganiseerde drugshandel, waar intimidatie en geweld als pressiemiddel worden ingezet.
Bij de strafoplegging woog ook mee dat de hoofdverdachte kort na het incident opnieuw betrokken raakte bij ernstig geweld. Hij nam een opdracht aan om iemand neer te schieten en ging daadwerkelijk op pad om het doelwit op te wachten. Alleen doordat het beoogde slachtoffer wist te ontkomen, bleef het bij een poging. Daarnaast had hij meerdere verboden vuurwapens in bezit.
De rechtbank noemt het handelen van beide mannen buitengewoon ernstig en stelt dat het slachtoffer terecht doodsangsten heeft uitgestaan. De combinatie van een vuurwapen, expliciete doodsbedreigingen en de achtergrond in de drugswereld maakte het incident volgens de rechters uitzonderlijk zwaar.
Naast de gevangenisstraffen zijn de verdachten veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan het slachtoffer. Daarmee wil de rechtbank niet alleen het leed erkennen, maar ook een duidelijk signaal afgeven dat dit soort intimidatie onacceptabel is.

