In Japan is voor het eerst sinds juli 2022 weer een terdoodveroordeelde geëxecuteerd.
Het gaat om de 34-jarige Takahiro Shiraishi, die in 2020 de doodstraf kreeg voor de moord op negen jonge mensen. Vanwege zijn werkwijze werd hij bekend als de ‘Twitter-moordenaar’.
Shiraishi zocht zijn slachtoffers tussen augustus en oktober 2017 via Twitter. Hij zocht bewust contact met vrouwen met zelfmoordgedachten, om hen vervolgens naar zijn appartement in het plaatsje Zama, ten zuiden van Tokio, te lokken. Daar wurgde hij hen, verkrachtte hun lichamen en sneed ze in stukken. In oktober 2017 werd hij gearresteerd, nadat de politie lichaamsdelen ontdekte in koelboxen en een vriezer in zijn woning. Die vondst werd gedaan tijdens een onderzoek naar een vermist 23-jarig meisje, dat later een van zijn slachtoffers bleek te zijn.
Tijdens zijn proces bekende Shiraishi alle negen moorden. Hij toonde geen spijt en verklaarde dat hij handelde uit seksuele drang en verlangen naar controle. Naast moord werd hij ook veroordeeld voor seksueel misbruik en het verbergen van de lichamen.
De executie van Shiraishi vond in het geheim plaats in een detentiecentrum in Tokio. Pas achteraf maakte het Japanse ministerie van Justitie het nieuws bekend, wat gebruikelijk is bij executies in het land. Het blijft onbekend wanneer de doodstraf precies werd voltrokken en of de familieleden van de slachtoffers vooraf op de hoogte zijn gebracht.
De doodstraf blijft in Japan een controversieel onderwerp. Hoewel een meerderheid van de bevolking de straf nog steeds steunt, groeit de kritiek. Vooral recente gerechtelijke dwalingen, zoals de zaak van Iwao Hakamada, hebben de discussie aangewakkerd. Hakamada werd vorig jaar vrijgesproken na 47 jaar cel, toen bleek dat het bewijs tegen hem vermoedelijk was vervalst. Hij zat jarenlang in de dodencel en is daarmee de langst vastzittende terdoodveroordeelde ter wereld geweest.
Japan is een van de weinige geïndustrialiseerde landen waar de doodstraf nog regelmatig wordt uitgevoerd. De voltrekking gebeurt altijd per ophanging en meestal in het grootste geheim, zonder voorafgaande waarschuwing aan de veroordeelde. Humanitaire organisaties bekritiseren die praktijk als onmenselijk en roepen op tot hervorming.

