De rechtbank Den Haag heeft bepaald dat een 24-jarige man die in juni 2024 een 38-jarige Leidenaar doodschoot, niet strafbaar is voor het dodelijke geweld.
Volgens de rechters handelde hij uit noodweer toen de drugsdeal volledig escaleerde. De man wordt daarom ontslagen van alle rechtsvervolging voor de doodslag.
Wel krijgt hij vier maanden onvoorwaardelijke celstraf voor zijn rol in het afleveren en vervoeren van softdrugs.
Het incident vond plaats op 6 juni 2024 in een woning aan de Korte Langestraat in Leiden, waar de verdachte met drie medeverdachten naartoe was gereden om hasj te kopen. In de woning liep de transactie uit op een ruzie. Volgens de rechtbank ontstond een chaotische en gewelddadige situatie toen het 38-jarige slachtoffer een vuurwapen pakte en op het hoofd van de verdachte richtte.
Tijdens de daaropvolgende worsteling beet de verdachte het slachtoffer in zijn arm of schouder, waardoor het vuurwapen op de grond viel. De verdachte greep het wapen en loste één schot, dat fataal bleek. Hij vluchtte daarna met een bigshopper vol hasj samen met een van zijn medeverdachten. Later bekende hij het schot te hebben gelost, maar hield vol dat hij handelde uit pure zelfverdediging.
Volgens de rechtbank wordt dat scenario ondersteund door de feiten: de verdachte verkeerde in een directe en ernstige noodsituatie doordat het slachtoffer als eerste geweld gebruikte met een vuurwapen. Omdat zijn reactie niet disproportioneel werd geacht, komt het dodelijke schot volledig voor rekening van noodweer.
Ondanks dat de doodslag juridisch niet strafbaar is verklaard, blijft het strafbare drugsdeel wel overeind. Voor het vervoeren en afleveren van softdrugs legt de rechtbank een celstraf van vier maanden op.

