In Zuid-Korea is woensdag een opmerkelijk vonnis geveld: de 79-jarige Choi Mal-ja is na ruim zes decennia alsnog vrijgesproken van mishandeling.
In 1963 werd zij veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf omdat zij bij een verkrachtingspoging een deel van de tong van haar belager had afgebeten.
Choi verdedigde zich destijds door 1,5 centimeter van de tong van de aanvaller af te bijten, maar de rechtbank oordeelde dat haar reactie niet gerechtvaardigd was. Pas in juli van dit jaar werd de zaak heropend. Tijdens de eerste zitting boden aanklagers excuses aan voor de gerechtelijke dwaling.
In haar verklaring zei Choi dat ze “61 jaar lang als crimineel is behandeld door de staat” en dat ze deze vrijspraak ook ziet als een manier om anderen moed te geven. Ze benadrukte dat slachtoffers van seksueel geweld destijds nauwelijks rechten hadden en dat haar zaak laat zien hoe weinig erkenning er was voor zelfverdediging.
De uitspraak wordt beschouwd als een symbolische overwinning in de strijd voor de rechten van slachtoffers van seksueel geweld in Zuid-Korea. Het vonnis markeert volgens deskundigen een keerpunt in de manier waarop justitie omgaat met zaken waarin slachtoffers zich met geweld verdedigen tegen een aanval.
Choi heeft aangekondigd een civiele procedure te starten tegen de staat om schadevergoeding te eisen voor de jarenlange gevolgen van haar veroordeling.

