Het gerechtshof Amsterdam heeft bepaald dat de behandeling van het hoger beroep van de zaak tegen Willem Holleeder niet wordt verwezen naar een ander gerechtshof.

Willem Holleeder meldde direct na zijn veroordeling het gevoel te hebben dat zijn schuld al vaststond. Dat komt onder meer doordat het hof in het Passageproces al een opmerking maakte over een rol die Holleeder zou spelen terwijl hij zelf niet terechtstond. De rechtbank heeft de verdachte recent levenslang opgelegd voor meerdere liquidaties en pogingen daartoe.

De advocaten van Holleeder hebben een verzoek ingediend om het hoger beroep te laten behandelen door een ander gerechtshof. Dit is nu afgewezen. Een zaak kan volgens de Wet op de rechterlijke organisatie worden verwezen naar een ander gerechtshof als het hof betrokken is bij de zaak. Dat is bijvoorbeeld zo als het hof zelf, of een medewerker van het hof of het ressortsparket, partij is in een rechtszaak. In deze zaak spelen deze situaties niet, volgens het gerechtshof.

De zaak zal dus niet behandeld gaan worden door een ander gerechtshof zoals verzocht door Holleeders advocaten.