In Den Haag is zaterdag 20 september een demonstratie tegen het asielbeleid volledig uit de hand gelopen.
Meer dan duizend relschoppers splitsten zich in de middag af van de betoging en richtten zich met grof geweld tegen politie, journalisten en de omgeving. De Mobiele Eenheid (ME) werd urenlang ingezet om de orde te herstellen. Daarbij raakten vier agenten en meerdere journalisten gewond.
De ongeregeldheden begonnen toen de groep relschoppers naar de Utrechtsebaan trok, vermoedelijk met de bedoeling deze te bezetten. Pogingen van agenten om met de menigte in gesprek te gaan, werden direct beantwoord met het gooien van glas en stenen. De ME greep daarop in met onder meer een waterwerper. Burgemeester Jan van Zanen gaf toestemming voor het gebruik van deze middelen en kondigde ook een noodbevel af. Later werd op het Malieveld zelfs traangas ingezet.
Op het Malieveld volgde een nieuwe golf van geweld. Relschoppers gebruikten palen en hekwerken om de politie aan te vallen en bekogelden agenten met zwaar materiaal. Meerdere politievoertuigen gingen in vlammen op. Later verspreidden groepen zich richting het centrum, waar onder meer het partijbureau van D66 werd vernield en geprobeerd werd het terrein van het Binnenhof te betreden. Een deel van de relschoppers verzamelde zich rond het Plein en werd daar door de politie verwijderd.
In totaal werden 37 personen aangehouden, waarvan er nog 27 vastzitten. Hun zaken worden beoordeeld door het Openbaar Ministerie. Intussen is een Team Grootschalige Opsporing (TGO) ingesteld om het geweld in kaart te brengen en meer verdachten te identificeren. Aanvullende aanhoudingen worden niet uitgesloten.
De politie roept getuigen en bezitters van camerabeelden op om zich te melden. Geweld tegen politie en journalisten wordt door politie en justitie als onacceptabel bestempeld. Voor verdachten die zich daaraan schuldig maken, wordt een driemaal zo hoge straf geëist. De autoriteiten benadrukken dat agenten en hulpverleners hun werk ongestoord en met respect moeten kunnen uitvoeren.

