In hoger beroep is rapper Djaga Djaga veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf in verband met betrokkenheid bij de liquidatie van Abderrahim ‘Appie’ Belhadj in Amsterdam.

De straf van 18 jaar is hoger dan eerder opgelegd door de rechtbank. De verdachte kreeg toen een gevangenisstraf van 14 jaar voor betrokkenheid bij de liquidatie. De 29-jarige Abderrahim ‘Appie’ Belhadj werd op 9 mei 2016 geliquideerd bij flat Kikkenstein in Amsterdam-Zuidoost. Het slachtoffer zou al enige tijd op een dodenlijst hebben gestaan in verband met een mislukte drugsdeal.

Volgens het gerechtshof kwamen het slachtoffer en de 26-jarige Jason L. elkaar rond 2:15 uur tegen op het VIP-dek in Club Air in Amsterdam. Nadat het slachtoffer Club Air had verlaten begon de verdachte om 3:06 uur een WhatsAppgesprek met hem. Dat gesprek zou duren tot (en kort na) 5:27 uur, het moment waarop het slachtoffer is doodgeschoten.

In het gesprek deed de verdachte, volgens het gerechtshof, alsof hij in het gezelschap was van drie vrouwen en dat in een woning in de Bijlmer in de flat Kikkenstein met deze vrouwen ‘gefeest’ zou worden. ‘Appie’ werd ook gevraagd om viagra mee te nemen. Het slachtoffer ging op de uitnodiging van de verdachte in en is naar de flat Kikkenstein gekomen.

In de loop van het gesprek dirigeerde de verdachte het slachtoffer naar het laatste portiek van de flat Kikkenstein, ingang 3033. Uit onderzoek blijkt dat L. toen al onderweg was naar Rotterdam. Toen het slachtoffer arriveerde bij het laatste portiek werd hij direct door een onbekende schutter doodgeschoten. Hij kreeg kogels in zijn hoofd en romp geschoten en is ter plekke overleden.

Het gerechtshof is van oordeel dat Djaga Djaga, hoewel hij niet zelf de schutter is geweest, een cruciale en coördinerende rol heeft gespeeld bij de koelbloedige liquidatie. Het criminele verleden van de verdachte, de ernst van het feit en het belang van zogenoemde algemene preventie hebben het hof gebracht tot de oplegging van een gevangenisstraf van 18 jaar.