De rechtbank in Den Haag heeft ruim 3,5 jaar cel opgelegd voor het niet verlenen van hulp aan de 17-jarige verdrinkende Orlando Boldewijn.

Het slachtoffer had in februari 2018 een date met de 29-jarige Roy B. in Den Haag. De twee waren enkele uren samen op de boot van B. toen rond middernacht het slachtoffer zou zijn afgezet bij een basisschool in de buurt. De 29-jarige man zei tijdens de rechtszaak dat hij is teruggevaren en dat Boldewijn de laatste trein naar huis zou pakken.

Het slachtoffer was enige tijd vermist en werd acht dagen later aangetroffen in een vijver in de Haagse wijk Ypenburg. Hoe hij in het water is gekomen is nog steeds onduidelijk. B. verklaarde bij de rechtbank geen 112 te hebben gebeld omdat hij in paniek was geraakt. Verder gaf hij wisselende antwoorden op de vraag of hij iets had gezien in het water.

Volgens de rechtbank heeft de verdachte Boldewijn in het water zien liggen en zou er een grote kans zijn geweest dat Orlando gered had kunnen worden, als B. wel de hulpdiensten had gebeld. Ook heeft de verdachte het onderzoek van de politie gefrustreerd. De rechtbank heeft 3 jaar en acht maanden cel opgelegd. De verdachte gaat in hoger beroep tegen de uitspraak.