Een Amerikaan heeft tegenover de autoriteiten toegegeven dat hij in 2021 explosieven heeft neergelegd bij de hoofdkwartieren van zowel de Democratische als de Republikeinse Partij in Washington.
Het gaat om de inmiddels 30-jarige Brian C., die jarenlang buiten beeld bleef terwijl de zaak tot de meest gevoelige onopgeloste dossiers van de FBI behoorde.
De pijpbommen werden geplaatst in de dagen voorafgaand aan de bestorming van het Capitool. Hoewel het tijdstip tot veel speculatie leidde, stelt de verdachte dat zijn actie geen directe samenhang had met die gebeurtenissen. De explosieven gingen uiteindelijk niet af, maar volgens justitie hadden ze bij ontploffing aanzienlijke schade kunnen aanrichten en mogelijk dodelijke slachtoffers kunnen veroorzaken.
De doorbraak in het onderzoek kwam nadat oud bewijsmateriaal opnieuw onder de loep werd genomen. Analyse van eerdere camerabeelden, voertuiggegevens en aankopen van materialen leidde de FBI naar Brian C. In eerste instantie ontkende hij iedere betrokkenheid, maar tijdens verhoren legde hij alsnog een volledige bekentenis af.
Volgens de autoriteiten maakte de man gebruik van explosieven gevuld met kruit en metalen onderdelen. Als ontstekingsmechanisme gebruikte hij kookwekkers. Hij verklaarde dat hij bewust ’s nachts handelde omdat hij geen mensen wilde verwonden en zegt achteraf opgelucht te zijn dat de bommen niet zijn afgegaan.
Als motief noemde Brian C. zijn woede over vermeende verkiezingsfraude bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Hij richtte zich bewust op beide grote politieke partijen, omdat hij het vertrouwen in het gehele politieke systeem had verloren.
De FBI heeft de bekentenis aangegrepen om verlenging van zijn voorlopige hechtenis te verzoeken. Een rechter beslist binnenkort of de verdachte langer vast blijft zitten terwijl het strafproces wordt voorbereid.

