Het Openbaar Ministerie (OM) heeft in verband met de zogenoemde ‘kruipruimtemoord’ in Zwolle in een gevangenisstraf van drie jaar en tbs geëist.

Volgens de officier van justitie is het 38-jarige slachtoffer op 7 februari om het leven gebracht met een schot uit een vuurwapen. Dat gebeurde in de woning van de verdachte, die als enige bij het overlijden van het slachtoffer aanwezig was. Het wapen waarmee de kogel is verschoten, was in het bezit van de 41-jarige man.

Na het overlijden van het slachtoffer heeft de verdachte, volgens de officier van justitie, het lichaam in delen in de kruipruimte onder zijn woning verborgen. De verdachte wordt daarom doodslag en het wegmaken van het lichaam ten laste gelegd. Zelf ontkent hij het slachtoffer om het leven te hebben gebracht en zou de man zichzelf hebben doodgeschoten.

De officier van justitie stelt dat er wél wettig, maar geen overtuigend bewijs ligt dat het slachtoffer door een misdrijf van verdachte om het leven is gekomen. Het bewijs sluit namelijk niet uit dat de man zichzelf om het leven heeft gebracht, zoals de verdachte heeft verklaard.