Het aantal keren dat de politie in Nederland geweld toepaste, is in 2024 licht gestegen ten opzichte van het jaar ervoor, maar lijkt zich voor het eerst in jaren te stabiliseren.
In totaal werd bij 36.151 incidenten geweld gebruikt, op ruim drie miljoen meldingen waarbij agenten ter plaatse kwamen. Dat komt neer op 0,74 procent van alle meldingen. In 2023 ging het om 35.989 geweldsaanwendingen.
Volgens Peter Holla, landelijk portefeuillehouder geweld bij de politie, blijft geweld het uiterste middel. “Ons belangrijkste wapen blijft onze mond,” aldus Holla. “Soms is dat niet voldoende en moet een agent in een fractie van een seconde beslissen. Een geweldsmiddel kan dan juist de-escalerend werken.”
Fysiek geweld meest ingezet
De meeste geweldsaanwendingen vonden plaats bij het onder controle brengen van verdachten. Fysiek geweld werd 23.912 keer toegepast. Het gebruik van het vuurwapen daalde ten opzichte van eerdere jaren: agenten gebruikten 1.760 keer hun dienstwapen, waarvan 214 keer gericht werd geschoten. In de meeste gevallen ging het daarbij om het doden van ernstig gewonde of agressieve dieren (samen 202 keer).
Andere ingezette geweldsmiddelen:
• Wapenstok: 3.167 keer
• Stroomstootwapen (Taser): 1.114 keer
• Pepperspray: 749 keer
Meer incidenten met personen met onbegrepen gedrag
In 38 procent van de geweldsincidenten ging het om mensen met zogenoemd onbegrepen gedrag, een stijging van vier procent ten opzichte van 2023. Vaak betreft het personen met psychische problemen. “Deze mensen hebben niet altijd politie, maar vooral hulp nodig,” stelt Holla. “Ze zijn vaak onberekenbaar en vormen daardoor een gevaar voor zichzelf en hun omgeving.”
Toetsing, klachten en maatschappelijke context
Elke geweldsinzet wordt vastgelegd en getoetst op juridische en vakinhoudelijke criteria, zoals proportionaliteit en de-escalatie. In 295 gevallen (0,82%) voldeed het toegepaste geweld niet of slechts deels aan de interne toetsingsnormen.
Het aantal klachten over politiegeweld is gestegen, met name rondom demonstraties en maatschappelijke onrust, zoals bij acties aan de Universiteit van Amsterdam en snelwegblokkades. Deze klachten worden onderzocht door het team Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK).
Leren en onderzoek
Reflectie op geweldsincidenten is standaard. Lessen worden besproken in politieteams en kunnen leiden tot aanpassing van trainingen of beleid. Zo zijn aanbevelingen over opwindingsdelier – een acute medische noodsituatie – inmiddels opgenomen in het lesmateriaal. Aanvullend wetenschappelijk onderzoek moet volgend jaar meer inzicht geven in de oorzaken en gevolgen van geweldstoepassing door de politie.
Holla benadrukt het belang van transparantie: “Geweldsbevoegdheid brengt grote verantwoordelijkheid met zich mee. Voor de legitimiteit van ons dagelijks optreden is het cruciaal dat we open zijn, toetsen en blijven leren.”

