Het Openbaar Ministerie (OM) heeft een gevangenisstraf geëist tegen een man die verdacht wordt van betrokkenheid bij het plaatsen van een handgranaat bij een club in het centrum van Amsterdam.

De 34-jarige man uit Vleuten is volgens justitie betrokken geweest bij het plaatsen van een explosief in de nacht van 5 april van dit jaar. Of hij het zelf heeft neergelegd en laten ontploffen is niet vast te stellen maar volgens het OM is er wel genoeg bewijs dat de man hierbij betrokken is geweest als medepleger.

‘Juist in het huidige klimaat met vuurwapenbezit en vele incidenten met handgranaten. Kennelijk met als doel personen of bedrijven schrik aan te jagen of te intimideren en daarbij eventuele slachtoffers voor lief te nemen’, aldus de officier van justitie.

Op drie plekken op de beugel van de handgranaat is een DNA-mengprofiel aangetroffen van drie personen, waaronder die van de verdachte. Hij kan niet verklaren waarom zijn DNA op die plekken is gevonden. Uit onderzoek is vastgesteld dat de auto waarin de 34-jarige verdachte rijdt zich op het moment van de explosie in Amsterdam bevindt, zich kort daarvoor daarheen heeft begeven en kort daarna weer uit Amsterdam is vertrokken. Dat blijk ook uit zijn telefoongegevens die zijn opgevraagd.

Uit opgenomen gesprekken in de gevangenis tussen de verdachte en zijn vriendin bleek dat zij een alibi voor hem moest regelen. Maar ook dat hij samen met een andere jongen in de buurt van de plek van de explosie is geweest. Volgens het OM heeft de verdachte nauw en bewust met die ander samengewerkt. Samen zouden ze naar de club zijn gereden, de handgranaat hebben neergelegd en zijn gevlucht.

De verdachte ontkent elke betrokkenheid. Het motief voor het laten ontploffen van de granaat is tot op de dag van vandaag niet duidelijk. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van vier jaar geëist. De rechtbank doet binnenkort uitspraak.