Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft de federale overheid opgedragen de geplande deportatie van een groep Venezolaanse mannen uit Texas per direct op te schorten.
De zaak was aangespannen door de American Civil Liberties Union (ACLU), die betoogde dat de betrokkenen geen reële kans kregen om hun uitzetting juridisch aan te vechten.
Volgens de ACLU probeert de regering deze mannen—door de autoriteiten bestempeld als (vermeende) bendeleden—sneller dan toegestaan uit te zetten. Een eerdere uitspraak van het Hooggerechtshof vereist dat vreemdelingen eerst toegang krijgen tot een rechterlijke toetsing, iets wat hier niet zou zijn gebeurd. Het Hof grijpt nu in en legt een tijdelijk verbod op deportatie op “tot nader order”.
Dissidentie binnen het Hof
De conservatieve rechters Clarence Thomas en Samuel Alito distantieerden zich publiekelijk van het besluit, in overeenstemming met hun eerdere positie in immigratiekwesties. Hun afwijkende mening verandert niets aan de strekking: de deportaties liggen stil totdat het Hooggerechtshof de zaak inhoudelijk verder behandelt.
Volgende stappen
• Juridsch vervolg: De regering moet nu aantonen dat de uitzettingsprocedures voldoen aan constitutionele eisen.
• Tijdlijn: Er is nog geen datum vastgesteld voor de inhoudelijke behandeling; tot die tijd blijft het uitzetverbod van kracht.
Met deze beslissing onderstreept het Hooggerechtshof opnieuw dat vreemdelingenbezwaarprocedures niet genegeerd mogen worden, ook niet onder versnelde uitzettingsprogramma’s.

