Het Openbaar Ministerie (OM) heeft veertien jaar cel geëist tegen een 71-jarige man uit Den Haag, die wordt verdacht van de moord op Loek van Dam in januari 1992.
Volgens het OM had de verdachte zowel het motief als de gelegenheid om Van Dam te doden en beschikte hij niet over een overtuigend alibi.
Loek van Dam, toen 64 jaar oud, werd gevonden in zijn kantoor bij het garagebedrijf aan de Kritzingerstraat in Den Haag. Hij bleek van dichtbij te zijn doodgeschoten; zes kogels raakten hem terwijl hij in zijn stoel zat. Van Dam had nog geld bij zich in zijn portemonnee, waardoor een overval als motief werd uitgesloten. Ook zakelijke vijanden had hij volgens het onderzoek niet.
Het motief lijkt voort te komen uit een persoonlijke relatie: Van Dam had een affaire met een getrouwde vrouw, die volgens het dossier werd mishandeld door haar echtgenoot, de nu verdachte. Uit Van Dams dagboek blijkt dat hij de vrouw hielp haar gewelddadige man te ontvluchten. Twee dagen voor zijn dood meldde Van Dam zich bij de politie, zichtbaar bang voor de man, die hem al had bedreigd.
De officier van justitie benadrukte dat de verdachte al in 1992 had gezegd dat Van Dam “niet lang meer te leven” had en dat hij door een afspraak van zijn zoon toegang had tot het kantoor van Van Dam op het moment van de moord. Destijds werd de zaak geseponeerd, omdat het OM onvoldoende bewijs vond om tot een strafzaak over te gaan.
Nieuwe getuigenverklaringen en onderzoek in de afgelopen jaren hebben het dossier opnieuw op scherp gezet. Volgens het OM is het inmiddels een publiek geheim binnen de familie van de verdachte dat hij achter de moord zat. Hoewel er scenario’s zijn dat iemand anders de schoten heeft gelost, stelt het OM dat de planning en verantwoordelijkheid bij de verdachte lagen.
“Het ombrengen van Loek van Dam was voor de verdachte de oplossing voor zijn persoonlijke problemen,” stelde de officier van justitie. “Zijn rivaal was uit de weg geruimd en zijn vrouw zat vast in een uitzichtloze situatie. Het was een daad van gekrenkt ego, niet uit liefde.”
De rechtbank doet op 24 maart uitspraak. Het OM houdt er bij de strafeis rekening mee dat Van Dam van achteren werd doodgeschoten, waardoor hij geen kans had om zijn moordenaar te zien. Volgens het OM ontkende de verdachte zijn betrokkenheid jarenlang en heeft hij het grootste deel van zijn leven in vrijheid doorgebracht, ondanks de verdenking die al decennia op hem rust.

