Het Openbaar Ministerie heeft twee vennootschappen van Morgan Stanley in Londen en Amsterdam een gezamenlijke boete van 101 miljoen euro opgelegd voor hun rol in het onterecht verrekenen van dividendbelasting.
De financiële straf komt bovenop het bedrag dat de bank eind 2024 al met rente aan de Belastingdienst moest terugbetalen. Volgens het OM komt de totale sanctie dicht in de buurt van het wettelijk maximum.
Uit een onderzoek van de FIOD blijkt dat Morgan Stanley ruim tien jaar geleden een zeer specifieke handelsstructuur opzette om belastingvoordelen te creëren waar het bedrijf volgens de wet geen recht op had.
De bank richtte in 2006 een Nederlandse dochter op, Morgan Stanley Derivative Products (Netherlands) BV, die tussen 2007 en 2012 telkens kort rond dividenddata grote pakketten Nederlandse aandelen kocht. Buiten die piekmomenten werden de aandelen uitgeleend aan andere partijen, maar zodra de dividenden werden uitgekeerd, vloeiden ze terug naar de Nederlandse vennootschap.
In die periode werd zo’n 830 miljoen euro aan dividend ontvangen, waarop 124 miljoen euro dividendbelasting was ingehouden. Die belasting werd tussen 2009 en 2013 door Morgan Stanley verrekend in de vennootschapsbelasting, terwijl volgens het OM duidelijk was dat de dochtermaatschappij daar geen recht op had. Het grootste deel van de dividenden – gemiddeld 90 procent – ging vrijwel direct door naar buitenlandse financiële instellingen via een nauw opgezette aandelen- en derivatenconstructie. Volgens het OM hadden die partijen zelf geen recht op belastingcompensatie, waardoor sprake was van belastingontduiking.
De Belastingdienst ontdekte de constructies eind 2010 en startte een langdurige controle, die later werd aangevuld met strafrechtelijk onderzoek door de FIOD. Pas toen werd het hele systeem zichtbaar: een gesloten, circulaire structuur die erop gericht was belastingvoordeel te genereren voor partijen die daar wettelijk geen aanspraak op hadden.
Eerder dit jaar maakte het OM bekend Morgan Stanley te willen dagvaarden. Kort voor de start van het strafproces stemde de bank echter in met het accepteren van twee strafbeschikkingen ter waarde van in totaal 101 miljoen euro. Daarmee staat volgens het OM vast dat de betrokken vennootschappen zich schuldig hebben gemaakt aan het indienen van onjuiste belastingaangiften.
Het OM noemt de hoge boete passend. Omdat een rechter bij rechtspersonen alleen een geldboete kan opleggen, ziet het OM geen meerwaarde meer in het doorzetten van de strafzaak tegen deze twee onderdelen van de bank. Met de strafbeschikkingen is hun dossier nu afgesloten.

