Tien mensen zijn door de rechtbank in Den Haag veroordeeld voor hun aandeel in de ongeregeldheden op het Malieveld en de binnenstad van Den Haag op zaterdag 20 september 2025.
Bij de rellen werd zwaar geweld gebruikt tegen politie en omstanders, wat leidde tot uiteenlopende straffen variërend van taakstraffen tot voorwaardelijke en onvoorwaardelijke celstraffen.
Daarnaast moeten de veroordeelden bedragen tussen de 500 en 1.500 euro storten in het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Twee verdachten werden vrijgesproken.
De rechtbank behandelde veertien zaken in supersnelrecht, waarbij drie minderjarigen voor de kinderrechter verschenen. De overige elf volwassenen werden door politierechters berecht. Het geweld begon op het Malieveld tijdens de demonstratie, maar nam toe toen een groep demonstranten zich verplaatste naar de binnenstad. Politie zette waterwerpers, traangas en meerdere eenheden van de Mobiele Eenheid in om de orde te herstellen.
Een 20-jarige verdachte kreeg een celstraf van zes weken, waarvan drie weken voorwaardelijk, omdat hij stenen en takken naar een rijdende politiebus gooide terwijl hij een bivakmuts droeg. Een andere 20-jarige kreeg vijf weken cel, waarvan twee weken voorwaardelijk, omdat hij een leidende rol had en een auto vernielde door tegen een raam en een spiegel te schoppen, terwijl hij schreeuwde wat anderen aanzette tot verdere vernielingen. Opvallend was dat hij een gasmasker bij zich had, naar eigen zeggen vanwege het risico op traangas.
Een 43-jarige verdachte gooide een stuk hout naar een waterwerper en kreeg hiervoor een celstraf van veertien dagen, waarvan tien voorwaardelijk. Vijf andere verdachten kregen taakstraffen van 40 tot 80 uur, met daarnaast een voorwaardelijke celstraf van twee weken. Zij hadden geen eerdere strafbladen en maakten geen deel uit van voetbalsupportersgroepen, maar droegen aanzienlijk bij aan de chaos door onder andere stenen te gooien, voertuigen te beschadigen en pepperspray te gebruiken.
Van de minderjarigen kreeg een 16-jarige een leerstraf van twintig uur en een voorwaardelijke jeugddetentie van tien dagen, terwijl een 17-jarige een werkstraf van vijftig uur opgelegd kreeg. Voor de derde minderjarige verdachte wordt de zaak op een later moment behandeld, omdat de rechter geen instemming gaf voor supersnelrecht.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelden een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de ernstige ongeregeldheden en dat hun gedrag hulpverleners en politie ernstig belemmerde bij het uitoefenen van hun taken.

