De schutters en bestuurder van de vluchtauto (volgens de politie) © Politie

Tot 23 jaar gevangenisstraf geëist voor liquidatie verkeerde persoon in parkeergarage Amsterdam

Justitie heeft in hoger beroep tot 23 jaar gevangenisstraf geëist voor de foute liquidatie van Djordy Latumahina in een parkeergarage in Amsterdam.

De 31-jarige Amsterdammer Djordy Latumahina werd op zaterdag 8 oktober 2016 doodgeschoten in een parkeergarage aan het Koningin Wilhelminaplein in Amsterdam. Zijn vriendin raakte levensgevaarlijk gewond. Na onderzoek van de recherche blijkt dat er sprake was van een persoonsverwisseling. De schutters hadden het gemunt op een bewoner die in hetzelfde appartementencomplex woonde als Latumahina en zijn gezin.

De politie startte een onderzoek waarbij zeven verdachten in beeld kwamen. De rechtbank heeft uiteindelijk gevangenisstraffen tot 30 jaar opgelegd voor de moord. Vijf van de veroordeelde verdachten zijn daarop in hoger beroep gegaan, in twee zaken zijn de appellen ingetrokken. De drie verdachten die nog wel terecht staan hoorden gevangenisstraffen van 23 jaar en twee keer 20 jaar tegen zich eisen.

Volgens het Openbaar Ministerie (OM) hebben deze drie mannen zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van moord en poging moord. Een van hen bracht volgens het OM de twee schutters naar de parkeergarage, de tweede had een cruciale rol in de organisatie van de moord en de laatste verdachte is volgens het OM een van de twee schutters. De andere schutter is veroordeeld tot een, inmiddels onherroepelijke, gevangenisstraf van 30 jaar.

De bewijsconstructie in deze zaak is gedetailleerd en complex. Het Openbaar Ministerie baseert zich voor het bewijs niet alleen op verklaringen van een van de verdachten en DNA dat is aangetroffen in een van de vluchtauto’s, maar ook op reisbewegingen van auto’s die door de verdachten werden gebruikt en op camerabeelden van de parkeergarage en de vluchtroute. Ook is er bewijs verkregen uit een pgp-telefoon van een van de vermeende schutters en getapte telefoongesprekken.

In de zaak tegen de (vermeende) tweede schutter zijn tijdens het hoger beroep daarnaast nog nieuwe bewijsmiddelen naar voren gekomen. Zo kwamen in een ander strafrechtelijk onderzoek pgp-berichten naar voren die relevant zijn voor deze zaak. Ook heeft het OM een belastende verklaring van een bedreigde anonieme getuige ingebracht. Deze getuige heeft verklaard dat hij van iemand die zelf betrokken was bij het plegen van de feiten, gehoord heeft dat een van de verdachten de schutter is geweest.

De verdachten van de moord op Latumahina zijn eerder door de rechtbank veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen. De vermeende opdrachtgever Cedric R. heeft 26 j cel opgelegd gekregen voor zijn rol. De schutter Djurgen W. is veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf en twee medeverdachten kregen 15 en 18 jaar cel opgelegd. Tony D. tegen wie eerder 30 jaar was geëist heeft vier maanden cel gekregen. Het OM ziet D. als schutter maar de rechtbank acht dat niet bewezen. Hij werd eerder al op vrije voeten gesteld vanwege gebrek aan bewijs.