Een 32-jarige man uit Den Haag is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor zijn rol bij drie ernstige ontploffingen in België.
Hij fungeerde als facilitator die essentiële diensten verleende aan de uitvoerders. Ook bezat hij illegale vuurwapens die hij in zijn woning bewaarde waar regelmatig zijn minderjarige kinderen verbleven.
Uitvoerders brachten op drie verschillende nachten explosieven tot ontploffing bij panden in Kalmthout, Antwerpen en Borgerhout. De eerste explosie vond plaats op 24 januari 2024 in Kalmthout, gevolgd door een aanslag op 16 april in Borgerhout en de derde op 8 juni in Antwerpen.
Bij een van de ontploffingen moest een bovengelegen hotel worden ontruimd. Vier mensen kregen ademhalingsproblemen waarvan er twee in het ziekenhuis behandeld moesten worden. Bij de andere twee explosies waren bewoners inclusief kinderen thuis tijdens de aanslag. Adequate hulp van hulpverleners voorkam dat er lichamelijk letsel ontstond.
Na zijn arrestatie vond de politie op twee verblijfadressen van de verdachte twee omgebouwde vuurwapens met bijbehorende munitie. Op een van deze adressen woonden vaak ook zijn minderjarige kinderen, wat betekent dat ze dagelijks in een huis verbleven waar illegale wapens lagen.
De rechtbank oordeelde dat de man bij alle drie de ontploffingen betrokken was: tweemaal als medeplichtige en eenmaal als medepleger. Hoewel hij niet degene was die de explosieven plaatste of tot ontploffing bracht, speelde hij als facilitator een onmisbare rol zonder wie de aanslagen niet mogelijk waren geweest.
Dergelijke explosies zijn uiterst bedreigend en moeten zeer beangstigend zijn geweest voor bewoners. Ook bij omwonenden en in de samenleving leiden dit soort explosies tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid. Veelal dienen ontploffingen om personen te intimideren.
De verdachte bekommerde zich nergens om en droeg met zijn handelen bij aan ontstane angst, onrust en intimidatie. De rechtbank rekent hem dit zwaar aan gezien de grote impact op slachtoffers en hun omgeving.
Daarnaast maakte hij zich schuldig aan andere zeer ernstige misdrijven. Hij pleegde voorbereidingshandelingen voor handel in verdovende middelen en bezat illegale wapens. Ook probeerde hij beroepsmatig gas- en alarmpistolen om te bouwen tot echte vuurwapens die scherpe patronen kunnen afschieten, met de bedoeling deze te verkopen.
Gedurende een periode van ongeveer tien maanden stond hij op geen enkel moment stil bij de laakbaarheid van zijn daden. Sterker nog, hij leek steeds dieper in de criminele wereld te raken door naast zijn betrokkenheid bij ontploffingen zich ook bezig te houden met wapens en drugs.
Hij trok zich niets aan van gevaren en gevolgen voor slachtoffers van de ontploffingen in het bijzonder en de maatschappij in het algemeen. Het enige wat voor hem telde was volgens zijn eigen zeggen het aflossen van een schuld bij iemand uit het criminele circuit waarin hij zich begaf.
De rechtbank vindt een celstraf van acht jaar passend en geboden gezien de ernst van de feiten en zijn gebrek aan inzicht. De combinatie van explosies, wapenbezit en drugshandel toont aan dat hij zich volledig had overgegeven aan de onderwereld zonder oog voor slachtoffers.

