De martelcontainers die door de Encrochat-hack zijn ontdekt hebben een mogelijke link met liquidaties en zware misdaad in Spanje.

De verdachten waaronder Robin van O., die als hoofdverdachte zou worden gezien, zouden volgens de Spaanse politie een mogelijke link hebben met liquidaties in Zuid-Spanje. Het zou gaan om verschillende moorden in de regio Malaga. Het onderzoek van de Spaanse recherche is in volle gang en hierbij krijgen ze hulp en informatie van het Nederlandse onderzoeksteam. Wie precies aan welke liquidatie gelinkt kan worden is nog niet bekend.

In april van dit jaar startte de Dienst Landelijke Recherche van de Landelijke Eenheid een onderzoek naar de 40-jarige Robin van O. die door justitie verdacht werd van betrokkenheid bij drugshandel en het voorbereiden van een liquidatie. ‘Hij leidde een bestaan onder de radar, maar uit ons financieel onderzoek bleek dat hij vermoedelijk een loods in Wouwse Plantage in gebruik had’ aldus een woordvoerder van de politie.

In onderschepte berichten werden foto’s verstuurd van een loods en een zeecontainer waarin een tandartsstoel stond, met riemen aan de armleuningen en voetensteun. Er werd gesproken over ontvoeren en martelen: ‘als ik hem op de stoel heb gaat er meer komen’, ‘maar die hond is spoorloos’. De loods werd aangeduid als ‘EBI’ (dat is de Extra Beveiligde Inrichting in Vught) en ‘behandelkamer’. De aanstaande ontvoeringen leken volgens de politie met grote precisie te worden voorbereid: er waren meerdere ‘teams’ en een ‘OT’ (observatieteam). Verder werden er wapens, politiekleding, busjes, stopborden en kogelwerende vesten geregeld.

De politie nam de loods in Wouwse Plantage onder observatie en vanaf midden april werden een aantal mannen bijna dagelijks gezien. De verdachten waren voornamelijk aan het klussen. Eén van hen, een 44-jarige man uit Nieuwegein, had ook ontmoetingen met de hoofdverdachte uit Den Haag en zijn 43-jarige handlanger uit Rotterdam. De combinatie van onderschepte Encrochat-berichten en observaties van de ontmoetingen van de verdachten, leidde tot identificatie door de politie.

Uit de berichten bleek ook dat de groep een tweede loods. Het pand stond naast de A16 en werd gebruikt als soort uitvalbasis. Het criminele arrestatieteam wilde er snelle auto’s, wapens en kogelwerende vesten opslaan. Uit de chatberichten leidde de politie af wie beoogde slachtoffers waren. Zij werden gewaarschuwd en doken direct daarna onder. Daardoor, en dankzij permanent cameratoezicht in en nabij de loods, voorkwam de politie voorbereide ontvoeringen, gijzelingen en andere ernstige geweldsmisdrijven. Toen de cellen nagenoeg klaar leken, werd besloten in te grijpen en op 22 juni vielen agenten op dertien locaties binnen en hielden meerdere verdachten aan.

De ruimten in de containers waren afgetimmerd met geluidsisolerende platen en warmte-isolerende folie. In elk van de cellen waren aan het plafond en op de vloer handboeien aangebracht. Verder stond er alleen een chemisch toilet. In de hoek was een camera aangebracht, om op afstand zicht te houden op de situatie in elke cel. In één van de zeecontainers lag een partij politiekleding, kogelwerende vesten en zwaailichten. In een andere zeecontainer stonden tassen met voorwerpen die vermoedelijk bestemd waren om slachtoffers mee te martelen of in elk geval onder druk te zetten. Het ging onder meer om een snoeischaar, een takkenschaar, een takkenzaag, scalpels, tangen, handboeien, vingerboeien, tape, bivakmutsen en zwarte katoenen zakken die over het hoofd getrokken kunnen worden. Ook werd bij de doorzoeking van een woning in Rotterdam 24 kilo MDMA aangetroffen.

In de loods in Wouwse Plantage stonden drie gestolen bestelbusjes en twee snelle BMW’s. In een naastgelegen ruimte was een zit- en slaapgelegenheid ingericht, vermoedelijk voor bewakers. In de loods in Rotterdam troffen agenten zeven handvuurwapens en een automatisch aanvalsgeweer, een Chinese variant op de Kalasjnikov AK-47, aan. In totaal werden bij de invallen en doorzoekingen 25 wapens aangetroffen.