De politieagent die in Delft een 18-jarige jongen heeft doodgeschoten wordt niet vervolgd voor de dodelijke schietpartij.

Op 8 oktober 2018 komt een scooter met daarop twee mannen de Breestraat in gereden. Een beveiliger van de daar gevestigde coffeeshop houdt toezicht. Op dat moment is ook een politieagent aanwezig, hij heeft nachtdienst en is net tijdens zijn controleronde in gesprek gegaan met de beveiliger. De agent en de beveiliger zien de scooter stoppen voor de coffeeshop. De bijrijder stapt af en heeft een vuurwapen in zijn hand. In de beleving van de agent lijkt het op een automatisch vuurwapen dat wordt doorgeladen, aldus het OM.

Wanneer de bijrijder het wapen richt op het pand van de coffeeshop, roept de politieambtenaar luidkeels ‘Politie’ in de richting van de mannen. De bijrijder draait, met het wapen in zijn hand, in de richting van de agent en de beveiliger naast hem. De agent vreest naar eigen zeggen voor zijn leven en dat van de beveiliger en is bang dat er een vuursalvo op hen afgevuurd zal worden. Er is geen tijd voor een waarschuwingsschot en de dreiging is te groot. De agent schiet daarop vijf keer in een tijdsbestek van drie seconden.

De personen op de scooter vluchten. Kort erna overlijdt de bijrijder, een 18-jarige jongeman die toevallig zoon is van een agent, in het ziekenhuis. Hij is geraakt door een op de straatstenen afgeketste politiekogel. De agent verklaart dat de eerste vier schoten in een noodweersituatie zijn afgevuurd. Het vijfde schot is aanhoudingsvuur, gericht op de aanhouding van de mannen.

Op basis van dit onderzoek heeft het OM geconcludeerd dat het schieten enerzijds gerechtvaardigd was omdat de agent dacht dat de bijrijder zijn doorgeladen vuurwapen op hem richtte met de bedoeling hem te beschieten, anderzijds was het geoorloofd ter aanhouding van vuurwapengevaarlijke verdachten die zich onttrokken aan hun aanhouding. Er is naar het oordeel van het OM geen grond om de agent te vervolgen. Deze conclusie komt overeen met de bevindingen van de Adviescommissie Politieel Vuurwapengebruik.