Tweede Kamerleden hebben naar aanleiding van berichtgeving over mogelijke bescherming van de voortvluchtige Ridouan T. door de geheime dienst in Iran, vragen gesteld aan minister Blok.

De politici willen maken zich grote zorgen omtrent de mogelijke betrokkenheid van Iran. Ze willen onder meer weten welke stappen het kabinet gaat ondernemen. Het gaat om meerdere kamerleden van verschillende partijen. De vragen komen na berichten dat de meest gezochte crimineel van Nederland mogelijk beschermd zou worden door Iran.

De Nederlandse justitie zou onderhandelen met Dubai inzake het uitleveren van T. naar ons land. Enkele keren zou hij volgens de bronnen zelfs bijna zijn aangehouden. De gezochte Ridouan T. zou regelmatig per snelle jacht tussen havens in Iran en Dubai reizen en daarbij bescherming krijgen van de Iraanse geheime dienst.

De geheime dienst zou in Nederland ook opdracht hebben gegeven voor twee liquidaties. Eén van die moorden was op de 56-jarige man Ali Motamed. Hij werd op 15 december 2015 doodgeschoten voor zijn woning in Almere. In eerste instantie was niet duidelijk waarom de man was geliquideerd aangezien hij geen criminele contacten had. Later bleek dat de Eneco-monteur in werkelijkheid de door Iran gezochte Mohammad Reza Kolahi Samadi was. Hij werd gezocht voor een bomaanslag in de jaren ’80 waarbij veel doden vielen.

Het bewijs voor betrokkenheid van verschillende personen kwam uiteindelijk uit onderschepte Ennetcom PGP-berichten. Daarin werd door de schutters gesproken over de moord. Waarom de man dood moest en wie uiteindelijk opdracht heeft gegeven is niet bekend. Het onderzoeksteam houdt rekening met een link met de geheime dienst van Iran. In verband met de liquidatie zijn inmiddels hoge celstraffen opgelegd. De uitvoerders hebben 25 jaar opgelegd gekregen en de vermeende tussenpersoon heeft van de rechtbank levenslang gekregen.

Verder wordt Ridouan T. en zijn vermeende organisatie verantwoordelijk gehouden voor een reeks liquidaties en pogingen daartoe. Het gaat onder meer om de moord op Martin Kok. Het meeste bewijs in het Marengo-proces dat draait om de reeks liquidaties komt uit PGP-berichten en verklaringen van Nabil B., de kroongetuige.