Het Openbaar Ministerie (OM) heeft straffen tot 25 jaar geëist voor een poging tot liquidatie waarbij een kapper in brand werd gestoken.

De hoogste straf is geëist tegen een 38-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats. Hij wordt onder meer verdacht van het in brand steken van een kapper in Enschede, een poging tot liquidatie op een man aan de Ruischenborchstraat in Enschede en voorbereidingshandelingen voor een aanslag op een café in Enschede.

Een tweede verdachte een 25-jarige man, wordt onder meer verdacht van een liquidatiepoging op een man in het Duitse Gronau en het beschieten van drie woningen in Enschede en Almelo en het pand van een club aan de Brinkstraat in Enschede. In alle panden, behalve de club, waren mensen aanwezig ten tijde van de beschietingen. Alle slachtoffers hebben de aanslagen overleefd. Voor deze feiten heeft de officier van justitie een gevangenisstraf van 10 jaar en 7 maanden geëist.

Volgens het OM zijn de (moord)aanslagen via een tussenpersoon uitgevoerd in opdracht van een bekende crimineel die een straf uitzit in een Duitse gevangenis. De aanslagen zouden zijn voortgevloeid uit conflicten tussen twee criminele groepen; ze zouden zijn bedoeld als waarschuwing of wraak. De huizen die zijn beschoten, worden bewoond door mensen die op de een of andere manier te maken hebben met de motorclub Satudarah. De club zou een ontmoetingsplaats zijn geweest voor leden van Satudarah. Het motief voor de beschieting van de man aan de Ruischenborchstraat is ondanks uitgebreid onderzoek niet duidelijk geworden.

De poging tot liquidatie op de kapper (februari 2017) is, volgens justitie, een vergissing geweest. De aanslag was waarschijnlijk bedoeld voor de vorige eigenaar, maar die had de kapperszaak net overgedragen aan het slachtoffer. De vorige eigenaar zou naar verluidt naar bed zijn gegaan met de vrouw van de in Duitsland gedetineerde crimineel. Het OM gaat er vanuit dat de aanslag op de man in Gronau (24 mei 2017) ook een vergissing betreft, of mogelijk wraak. Het Duitse slachtoffer is de broer van de voormalige eigenaar van de kapperszaak.

Het OM heeft bij de eis voor de 25-jarige verdachte rekening gehouden met een vonnis in april. De man is toen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 jaar voor twee pogingen tot moord, te weten twee aanslagen met brandbommen op woningen in Almelo in 2017. Ook die zouden zijn gepleegd in opdracht van de in Duitsland gedetineerde crimineel. Bij een veroordeling conform de eis komt de totale gevangenisstraf van de 25-jarige neer op 26 jaar en 7 maanden. Ook bij de strafeis tegen de 38-jarige man is rekening gehouden met twee eerdere vonnissen waarbij hij in totaal 17 maanden gevangenisstraf kreeg opgelegd.